Advocaat Ran Vossen + 32 3 877 89 75
  advocaat wetgeving rechtspraak
co-ouderschap
Hoofdmenu
Welkom
Ran Vossen
Praktijkgebieden
Contact
Tarieven
Randi Vossen
  echtscheiding
verblijfsregeling kinderen
 
Designed by WebMamba
Welkom
Praktijkgebieden
Echtscheiding PDF Afdrukken E-mail

Sedert 2007 is het echtscheidingsrecht in België grondig hervormd.

Voortaan bestaan er twee vormen van echtscheiding: de echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting (E.O.O.) en de echtscheiding met onderlinge toestemming (E.O.T.).

  1. Met het invoeren van de echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting, heeft de wetgever de schuldvraag uit de echtscheidingsprocedure gehaald. Voortaan dient enkel nog te worden aangetoond dat het huwelijk onherstelbaar is ontwricht. Dit is het geval wanneer het samenleven tussen echtgenoten onmogelijk is geworden.

    De onherstelbare ontwrichting kan aangetoond worden door het bewijs te leveren van bepaalde feiten (overspel, zware beledigingen, slagen,…) ofwel door aan te tonen dat partijen gedurende een bepaalde tijd niet meer samenwonen.
    Afhankelijk van de reeds verstreken termijn of van wie de echtscheiding aanvraagt, één echtgenoot of beide echtgenoten samen, bedraagt de termijn 3, 6 of 12 maanden. Het bewijs van het verstrijken van deze termijn kan onder meer worden geleverd door middel van afzonderlijke attesten van woonst, een huurcontract of een vonnis van de vrederechter, die de afzonderlijke woonst beveelt.

    Voorafgaand aan de behandeling van de echtscheiding, tracht de rechter tussen partijen nog te bemiddelen in de kamer voor minnelijke schikking.
    De rechter probeert dan samen met de partijen en hun advocaten nog een akkoord uit te werken.
    Voor zover partijen tot een akkoord komen, wordt dit akkoord geacteerd in een akkoordvonnis.

  2. De reeds bestaande echtscheiding met onderlinge toestemming blijft behouden. Sedert de wet van 2007 is geen minimumleeftijd van de echtgenoten en geen minimumduur van het huwelijk meer vereist.

    Bij een E.O.T. moeten de echtgenoten en hun advocaten zelf een volledige regeling uitwerken omtrent hun persoonlijke en financiële toestand (alimentatie, verblijf kinderen, afzonderlijke woonst, verdeling van het gemeenschappelijk vermogen enz..).

    Partijen dienen voortaan nog slechts éénmaal te verschijnen. Indien partijen sedert meer dan 6 maanden voor het verzoekschrift al een afzonderlijke verblijfplaats hadden, kan de procedure zelfs volledig schriftelijk verlopen.

    Hierdoor is de procedure niet alleen sneller, maar ook goedkoper.

  3. Ook de alimentatieregeling tussen (bijna) ex-echtgenoten is sedert 2007 grondig hervormd.

    Wanneer de ex-echtgenoten onderling geen akkoord hebben met betrekking tot een alimentatie, kan de ‘behoeftige’ echtgenoot aan de rechter vragen een alimentatie op te leggen in het echtscheidingsvonnis.

    In principe heeft de schuldvraag zijn belang verloren bij de toekenning van een onderhoudsuitkering. Wel kan de rechter de alimentatievordering afwijzen indien de andere ex-echtgenoot een zware fout kan aantonen in hoofde van de ‘behoeftige’ echtgenoot.

    Ook de ex-echtgenoot, veroordeeld wegens partnergeweld, kan geen aanspraak maken op een onderhoudsuitkering.

    De alimentatie is beperkt tot maximum 1/3 van het netto-inkomen van de betalende ex –echtgenoot en wordt voortaan in de tijd beperkt tot de duur van het huwelijk.

    De rechter kan het bedrag van de alimentatie aanpassen in geval van gewijzigde omstandigheden, onafhankelijk van de wil van de partijen.

    Het recht op een uitkering zal automatisch vervallen in geval van een nieuw huwelijk of een wettelijke samenwoonst van de onderhoudsgerechtigde.

    Bij de echtscheiding met onderlinge toestemming beslissen de echtgenoten samen over een alimentatie en de modaliteiten daarvan.

    Het bedrag van de alimentatie kan ook in geval van een E.O.T. worden gewijzigd indien zich nieuwe en gewijzigde omstandigheden, onafhankelijk van de wil van partijen, voordoen. (Vroeger gold het ‘pacta sunt servanda’ – de overeenkomst is bindend- als absoluut principe)

 
Praktijkgebieden PDF Afdrukken E-mail
 
Het co-ouderschap PDF Afdrukken E-mail

In de regel blijven de ouders blijven, nadat zij afzonderlijk wonen, samen het ouderlijk gezag uitoefenen. Slechts in uitzonderlijke omstandigheden wordt het ouderlijk gezag exclusief aan één ouder toegekend.

Voor wat betreft het verblijf van de kinderen, voorziet de wet dat de rechter, op vraag van één van beide ouders, bij voorkeur de mogelijkheid onderzoekt om de huisvesting van het kind op een gelijkmatige manier tussen beide ouders te verdelen.

Op die manier heeft de wetgever een einde willen stellen aan de vroegere rechtspraktijk waarbij bijna quasi automatisch een hoederecht werd toegekend aan de ene ouder met een beperkt bezoekrecht voor de andere ouder.

‘De gelijkmatig verdeelde huisvesting’ betekent niet noodzakelijkerwijze een week-om-weekregeling.
De bedoeling is dat de kinderen evenveel tijd bij hun moeder, als bij hun vader doorbrengen.
Een gelijk verblijf kan ook bestaan in een verblijf waarbij het kind tijdens de schoolweken hoofdzakelijk verblijft bij de ene ouder en tijdens de vakantieperiodes en de weekends bij de andere ouder.

Deze regeling is enkel van toepassing op de ouders die geen akkoord hebben bereikt omtrent het verblijf van de kinderen.
Wanneer de ouders het onderling eens zijn dat de kinderen hun hoofdverblijf bij één ouder hebben, kunnen zij dat nog steeds zo in hun echtscheidingsvonnis laten acteren.

Indien de gescheiden ouders het echter niet eens worden, zal de rechter dus de voorkeur geven aan een ‘gelijkmatig verdeelde huisvesting’ van het kind. De andere ouder zal moeten argumenteren waarom hij /zij van oordeel is dat een dergelijke regeling niet is aangewezen .

De rechter dient nu prioritair de mogelijkheid van een gelijk verblijf bij beide ouders te onderzoeken. Dit betekent echter niet dat de rechter verplicht is deze regeling op te leggen.

De rechter dient alleszins, welke beslissing hij ook neemt, deze grondig te motiveren en bij het nemen van een beslissing in eerste instantie rekening te houden met de belangen van het kind.

Bij het nemen van een beslissing zal de rechter ondermeer rekening houden met:

  • de leeftijd van het kind
  • afstand tussen de woonplaatsen van beide ouders
  • beschikbaarheid van de ouders
  • de wensen van het kind (de rechter heeft de verplichting kinderen ouder dan 12 jaar te horen)
  • de verstandhouding tussen beide ouders: indien de ouders zich in een conflictsituatie blijven bevinden, die een weerslag heeft op de ouder-kind relatie, is de rechter eerder geneigd af te wijken van een gelijke verblijfregeling.

De motieven op basis waarvan een verblijfsco-ouderschap, gevraagd door één partij, wordt geweigerd, zijn onder andere de jonge leeftijd van het kind, het gebrek aan goede verstandhouding tussen de ouders, waarbij een minimale verstandhouding tussen de partijen wordt verondersteld.

Een algemene regel is dat de rechter een verblijfsregeling steeds zal beoordelen in functie van de belangen van het kind.

Vanaf de leeftijd van 12 jaar dient de rechter het kind verplicht te horen.

 
Specialisatie PDF Afdrukken E-mail

Voornaamste materies:

Personen-en familierecht:

  • echtscheidingen,
  • onderhoudsbijdragen,
  • afstamming,
  • adoptie,
  • vereffening en verdeling huwgemeenschap,
  • procedures vrederechter en jeugdrechtbank


Contractenrecht:

  • huur,
  • koop,
  • aannemings- of architectenovereenkomsten,
  • makelaarsovereenkomsten


Buitencontractuele aansprakelijkheid en schadevergoeding

 
Project realisatie CuReMa - Webdesign door WebMamba.